Wij zijn niet ons verleden: dat wat ons overkomen is; en wij zijn ook niet dat wat wij gedaan hebben of doen. Toch heeft het wel een werking op ons. Dus … hoe gaan we hier mee om?
Waarom?
Heb jij je ooit afgevraagd: wat is eigenlijk het punt van alles? Waarom sta ik op, waarom doe ik wat ik doe, en wat betekent het allemaal? Die vragen komen vaak onverwacht. Soms na iets groots en moois: een nieuw leven, een genezing, liefde, en denk je: “Waarom ik?” Soms juist na oppervlakkige momenten of zelfs na succes, wanneer je je verbaasd afvraagt: “Is dit alles?” En heel vaak bij verlies, gebrokenheid of falen: “… waarom dit nu?”
Opening naar zingeving
Wat al deze momenten gemeen hebben, is dat ze je uit de automatische piloot halen. Je staat stil, kijkt terug, kijkt vooruit, en vraagt je af: waar ben ik eigenlijk mee bezig, en waarom? Vaak leven we lange tijd volgens verwachtingen: van anderen, van onszelf, van hoe geluk eruit zou moeten zien. En zelfs als we dit vervullen, merken we soms: dit is het niet helemaal. Wat ooit belangrijk leek, vervaagt; wat eerst onbelangrijk voelde, kan plotseling zwaar wegen.
Door pijn en tegenslag ervaren we gemakkelijk de zinloosheid van het leven. Maar je kunt ook oprecht genieten, lachen zelfs, en tóch leegte voelen. Alsof onder dat alles iets ontbreekt, zonder dat je precies kunt aanwijzen wat.
Een nieuwe horizon
Die leegte betekent meestal niet dat er iets mis is met jou, of dat dingen geen waarde hebben. Vaak wijst het erop dat je even boven het aardse uitkijkt: boven succes en falen, vreugde en pijn.
De katholieke Kerk gelooft dat de mens niet per toeval bestaat, dus ook jij niet. Wij zijn geschapen voor een doel dat verder gaat dan het aardse leven: voor het eeuwig leven.
Ons hart blijft onrustig totdat het rust vindt in God. In dit leven – én het andere – zijn wij bedoeld om in relatie te leven met God én de ander, en daarin onze ware vervulling te vinden. [
Catechismus van de Katholieke Kerk ↗ ]
Die gemeenschap ervaren we in de sacramenten: het instrument van heiliging dat God aan zijn Kerk heeft gegeven door Jezus Christus. We kunnen deze gemeenschap bewaren door ons leven in Gods aanwezigheid te plaatsen: in gebed en door te leven volgens het plan dat Hij voor ons heeft.
Alles in het leven krijgt pas echt zin als het gericht is op dit hogere doel. Daarom, ook al is het tijdelijk, is ons aardse leven heel waardevol. Lijden, moeilijkheden en zelfs momenten van zinloosheid kunnen een dieper doel hebben, als wij ons overgeven aan God. Omdat God alles kan gebruiken voor ons goed. [
Youcat ↗ ]
Maar als ons hart inderdaad geschapen is om God te ontmoeten en lief te hebben, hoe komt het dat wij soms doen wat we eigenlijk niet willen? We kunnen verslavingen ervaren, ons laten leiden door luiheid, eigenbelang of andere bedrieglijke verlangens. Kijken we eerlijk in ons hart, dan ontdekken we zelfs jaloezie, angst en boosheid.
Dit komt door onze gebrokenheid, maar we hoeven ons daardoor niet te laten ontmoedigen: Jezus is juist gekomen om ons hart te genezen