ExploreCatholic | Het kerkelijk jaar
Aandachtig leven. De kern van de Vastentijd.
Als jonge parochianen wat willen weten over de vastentijd gaat hun vraag vaak over wat 'de regels' zijn. Jonge mensen voelen immers vaak behoefte aan structuur en duidelijkheid. Dan kan het wel eens een beetje tegenvallen als je niet zo'n duidelijke verzameling ge- en verboden hebt als de moslims, of zelfs maar de oosters-orthodoxen. Lijsten waar precies op staat wat je wel mag eten en vooral wat niet. Of wanneer dat dan moet en wanneer niet.
Nu zijn er natuurlijk wel een paar regels, maar die zijn nogal dun. Onthouding van vlees op Aswoensdag en de vrijdagen van de vasten, en op die dagen geldt ook de vastenregel: slechts één volle maaltijd. Voor jongeren die spiritueel wat ambitieuzer zijn smaakt dat toch een beetje als dunne soep. Dan is het goed te beseffen dat regels alleen het absolute minimum aangeven. Waar de oosterse kerk strenge regels neerlegt, maar zonder de verwachting dat iedereen zich daar aan houdt, zo kiezen wij om zoveel mogelijk mensen in de vastentijd te betrekken. Ook wie weinig lijkt te doen, kan een vreugdevolle vastentijd beleven op weg naar Pasen!
Ik ben er zelf wel blij mee dat onze kerk er voor kiest om van het vasten geen grote hordenloop te maken met ge- of verboden. Want in het christendom gaat het niet in de eerste plaats om het volgen van regels, maar om het hebben van een relatie met God en de naaste. Juist de veertigdagentijd, de vasten mag een tijd zijn waarin we deze relatie verdiepen. We doen het met minder, niet om onszelf te straffen maar om opnieuw aandachtig te leren zijn.
Het kan lastig zijn er achter te komen wat die aandacht voor iets is, en wat de vastentijd er mee van doen heeft. De Franse mystica en denker Simone Weil heeft het volgens mij het beste uitgelegd.
Het is makkelijk om te zeggen dat we aandacht moeten hebben voor God, en daarom minder aandacht moeten geven aan dingen die ons afleiden. Dat klinkt allemaal heel logisch. Maar als je het zo zegt klinkt het alsof “aandacht hebben voor God” een soort intensieve bezigheid van de hersenen is. Een beetje zoals je met veel aandacht kunt werken aan een opdracht. Of dat je ergens helemaal in kan opgaan als je op zoek bent naar een antwoord op een vraag. Maar dat is niet wat volgens haar aandacht voor God ten diepste is. Aandacht-als-concentratie zet jou nog steeds in het middelpunt. Het gaat er dan om hoeveel moeite jij doet. Zo blijft het ego van de mens nog altijd de baas. Wij zijn bezig, al dan niet met God.
Voor Simone Weil is aandachtig zijn een staat van ontvankelijkheid. Openheid. Niets proberen te be-grijpen maar ervaren wie het is die zich aan je toont. Werkelijk bij iemand zijn en blijven, ook – of juist – als we dat niet willen.
Het is nog niet zo makkelijk om dit te leren. We zijn liever bezig met iets, want dan houden we zelf de regie. Maar als de vasten draait om het leren aandachtig zijn, dan is de vraag van de vastentijd niet zozeer: wat moet ik doen. Eerder: wat houdt mij weg van die openheid voor de ander? Wat houdt mij weg van de openheid voor God. De buitenste schil zijn de dingen die we in ons stoppen en waar we ons mee bezig houden. Daar zitten dingen tussen waar je je mee ver-dooft. Letterlijk: de dingen die je doof maken zodat je niet meer kan horen wie er tegen je praat. Dat kan voedsel en drank zijn, maar mensen kunnen zich ook ver-doven met vermaak, overwerk, overconsumptie van nieuws en media. Alles wat je bezig houdt, leidt je ook weg van de plaats van de stilte. Eens goed aan die kraan draaien geeft gelijk al ademruimte.
Later mogen we ook leren bidden, maar niet als een zoveelste taak die we opgedragen krijgen. Niet het gebed dat draait om de woorden die wij spreken. Maar een inzicht dat het gebed ruimte wil maken voor het luisteren. Mijn leermeester, pastoor Geels, zei regelmatig dat het pastoraal gesprek om drie dingen draait. Luisteren, luisteren, en luisteren. Ik heb inmiddels geleerd dat dat niet alleen voor het pastorale gesprek geldt, maar voor alle ontmoetingen. Of we nu mensen, of God, ontmoeten. Luisteren. Luisteren. Luisteren. En door dat luisteren leren dat de relatie met God niet draait om jouw inzet, jouw toewijding, jouw gestrengheid, jouw trouw, jouw ego.
Elke vastentijd is een gelegenheid om daar steeds meer van te proeven. Wat ver-dooft mij? Wat zijn de plekken waar ik geen nabijheid wil voelen? Wat gebeurt er als ik daar toch heen ga, en mij open stel voor wie daar is? Waar kan ik God horen als ik minder lawaai uit leven en werk toelaat? Wat gebeurt er dan met mij?
Ik kan het je niet voorzeggen, je zal het zelf moeten ondervinden. Ik hoop dat de tijd naar Pasen toe voor jou een vruchtbare leegte mag zijn, met prachtige ontdekkingen!
J.J. van Peperstraten
J.J. van Peperstraten is priester van het bisdom Haarlem-Amsterdam
Stel jouw geloofsvraag