Herdenkingsmissen in de bisdommen: om samen te bidden voor de zielenrust van paus Franciscus
RKKERK.NL |
23 april 2025
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
In de Nederlandse bisdommen worden in deze week requiemmissen gehouden voor paus Franciscus, die afgelopen maandag, 21 april overleed. Belangstellenden zijn van harte welkom om in deze vieringen mee te bidden voor de zielenrust van de paus. Ook ligt er in meerdere kerken door het land een condoleanceregister dat kan worden getekend.
Hierbij een overzicht van de vieringen in chronologisch volgorde, dat mogelijk nog verder wordt aangevuld omdat de informatie vanuit sommige bisdommen nog niet bekend is. Verder is een overzicht toegevoegd van de kerken waar een condoleanceregister ligt.
Woensdag 23 april 2025
19.30 uur: in de co-kathedrale basiliek van de H. Nicolaas in Amsterdam, hoofdcelebrant mgr. Hendriks (bisdom Haarlem-Amsterdam)
Donderdag 24 april 2025
19.30 uur: in de Sint Bavo kathedraal in Haarlem, hoofdcelebrant mgr. Hendriks (bisdom Haarlem-Amsterdam)
19.30 uur: in de H. Jacobus de Meerdere kerk in Den Haag, hoofdcelebrant mgr. Van den Hende (bisdom Rotterdam). Dit is een viering van het bisdom Rotterdam in samenwerking met de pauselijke nuntiatuur. De gelovigen van het bisdom Rotterdam en de leden van het corps diplomatique zijn uitgenodigd om samen te bidden voor onze overleden paus.
Vrijdag 25 april 2025
19.30 uur: in de Sint Jan kathedraal in ’s-Hertogenbosch, hoofdcelebrant mgr. De Korte (bisdom ’s-Hertogenbosch)
19.00 uur: in de St. Catharinakathedraal in Utrecht, hoofdcelebrant mgr. Woorts (Aartsbisdom Utrecht)
19.00 uur: in de St. Jozefkathedraal in Groningen, hoofdcelebrant diocesaan administrator mgr. Wellen (bisdom Groningen-Leeuwarden)
Condoleanceregisters
Apostolische Nuntiatuur, Carnegielaan 5, Den Haag (geopend: woensdag 23 april t/m vrijdag 25 april, tussen 10:00-12:30 uur en 15:00-16:30 uur)
Sint Bavo kathedraal in Haarlem (geopend: 9.30 uur – 16.00 uur)
Co-kathedrale basiliek van de H. Nicolaas in Amsterdam (geopend:12.30 uur – 15.30 uur)
Sint Jan kathedraal in ’s-Hertogenbosch (geopend: 8.00 uur – 17.00 uur)
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
Er zijn onderwerpen waarover de moderne mens met een zekere verlegenheid spreekt. Religie is daar één van. Men schuift het terzijde met het gemak waarmee men een oude kast op zolder zet: ooit nuttig, thans enigszins uit de tijd. En toch, wie goed luistert naar het geritsel van het dagelijks bestaan, hoort daaronder een hardnekkige vraag, die zich niet laat wegredeneren: waartoe zijn wij hier eigenlijk?
De mens is namelijk een merkwaardig wezen. Hij kan brood eten zonder te vragen waar het vandaan komt, maar hij kan niet leven zonder te vragen waarom hij eet. In dat ‘waarom’ huist religie. Religie is het antwoord op de verbazing dat er überhaupt iets is in plaats van niets, en dat wij daar middenin staan, vaak zonder handleiding.
Wie religie afschaft, schaft die vraag niet af. Hij maakt haar slechts woordeloos. En een woordeloze vraag is een gevaarlijk ding: zij zoekt haar uitweg in ideologie, in fanatisme, in een overdreven geloof in het eigen gelijk. De mens die zegt nergens in te geloven, gelooft doorgaans des te fanatieker in zichzelf, en dat is, historisch gezien, zelden een geruststellende ontwikkeling gebleken.
Voor de samenleving geldt iets vergelijkbaars. Men kan proberen een wereld te bouwen op louter redelijkheid en wederzijds belang, maar dat is een wankel fundament. Redelijkheid is immers rekbaar, en belang veranderlijk. Wat vandaag redelijk lijkt, is morgen verwerpelijk; wat vandaag nuttig is, blijkt morgen rampzalig. Religie heeft altijd geprobeerd daar iets tegenover te stellen: een orde die niet voortdurend meebeweegt met de waan van de dag.
Waarom dan het christendom, en niet één van de vele andere religieuze constructies die de mens heeft bedacht? Omdat het christendom, hoe men het ook bekijkt, een merkwaardige dubbelheid bezit. Het stelt eisen die bijna onmenselijk hoog zijn – heb uw vijanden lief – en ondergraaft daarmee iedere vorm van zelfgenoegzaamheid. Tegelijk biedt het een uitweg: genade. Genade betekent dat men niet uitsluitend wordt afgerekend op zijn prestaties. In een tijd waarin alles meetbaar, vergelijkbaar en optimaal moet zijn, is dat een bijna schokkende gedachte. Het christendom zegt: u faalt, onvermijdelijk, maar dat is niet het einde van het verhaal.
Bovendien heeft het christendom een hardnekkige neiging om zich te bemoeien met de zwakken, de mislukten, de randfiguren. Het verheft hen niet tot helden – daar is het te realistisch voor – maar het weigert hen af te schrijven. Dat heeft, hoe men het ook wendt of keert, zijn sporen nagelaten in de manier waarop samenlevingen omgaan met zorg, recht en medemenselijkheid. Ziekenhuizen, armenzorg en onderwijs zijn uitvindingen van de katholieke kerk. Nee, niet van de Verlichting. Dat dit ideaal voortdurend wordt geschonden, is geen weerlegging ervan, maar eerder een bevestiging van hoe lastig het is. Het is waar, de Kerk heeft zich niet altijd van haar beste kant laten zien, maar het is een merkwaardige gewoonte om een idee uitsluitend te beoordelen op haar slechtste vertegenwoordigers. Als dat de maatstaf wordt, blijft er van geen enkel menselijk streven iets over.
Het christendom, is geen keurige oplossing voor de problemen van de mens. Het is eerder een lastige spiegel. Zij laat zien wat men liever niet ziet: het eigen tekort, de eigen afhankelijkheid, de eigen eindigheid. Maar zij weigert tegelijk om dit het laatste woord te laten zijn. Misschien is dat de reden dat de moderne tijd het christendom – en dan met name de R.-K. Kerk – haar zo graag op afstand houdt. Niet omdat zij achterhaald is, maar omdat zij iets zegt dat nog altijd ongemakkelijk dichtbij komt. De mens wil graag geloven dat hij zichzelf wel redt. Religie fluistert – soms zacht, soms onuitstaanbaar luid – dat dit wel eens een misverstand zou kunnen zijn. En dat is, alle vooruitgang ten spijt, een gedachte waar men zich nog steeds geen raad mee weet. Een seculiere wetgever kan wetten voorschrijven tot zij een ons weegt, maar zonder innerlijke overtuiging blijven zij dode letters. De mens is niet volmaakt, en pogingen om hem dat wel te laten zijn, eindigen doorgaans in teleurstelling of dwang. Het christendom lijkt dat te weten en zegt: gij zult struikelen, maar gij zijt niet verloren. Dat is geen vrijbrief voor gemakzucht, maar een uitnodiging tot voortdurende verbetering.
Bovendien heeft het christendom, historisch gesproken, een bijzondere nadruk gelegd op de waardigheid van het individu. Het idee dat ieder mens, ongeacht status of afkomst, een ziel heeft die ertoe doet, heeft diep doorgewerkt in de ontwikkeling van rechten en vrijheden. Misschien is dat wel de kern: religie herinnert de mens eraan dat hij niet het middelpunt van alles is, maar ook niet zomaar iets. Hij bevindt zich ergens daartussen, op een plaats die tegelijk nederig en verheven is. En het is precies die paradox waarin hij, wonderlijk genoeg, het best tot zijn recht komt.
‘De Goede Week fikst de bug in de broncode van de mens’
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
Er zijn weken die je agenda vullen, en er zijn weken die je hart vullen. De Goede Week hoort duidelijk bij die tweede categorie. Het is een week die begint met een intocht en eindigt met een lege grafspelonk. Tussen die twee momenten liggen gebeurtenissen die tegelijk dramatisch en hoopvol zijn. Er wordt gejuicht, gehuild, gegeten, gewacht en uiteindelijk gevierd. Katholieken lopen in deze week stap voor stap mee met Jezus. Niet gehaast, maar zoals je een belangrijk verhaal volgt: bladzijde voor bladzijde.
Er is een merkwaardige gewoonte onder mensen om de Goede Week te beschouwen als een soort religieus drama dat wij elk jaar opnieuw opvoeren. Wij lezen de teksten, zingen de liederen, en behandelen het geheel een beetje zoals men een oud toneelstuk behandelt: eerbiedig, maar met de stille veronderstelling dat het eigenlijk allang voorbij is. Maar dat is precies wat het christendom nooit heeft beweerd.
De gebeurtenissen van de Goede Week zijn niet slechts een verhaal over iets dat ooit gebeurd is. Zij zijn, om zo te zeggen, het moment waarop de werkelijkheid zelf van richting verandert. Om te begrijpen wat er gebeurt, moeten we eerst iets erkennen over de wereld waarin we leven. De mens heeft altijd geweten dat er iets mis is met de wereld. Niet slechts dat er ongelukken gebeuren of dat mensen stommen dingen doen, maar dat de mensheid ontspoord is en niet in staat is terug op de rails te geraken. Daarom brengen heidenen offers aan vermeende goden, bedenken filosofen wat de oorzaak zou kunnen zijn, en vraagt elke mens zich af waarom hij niet gewoon gelukkig kan zijn. Ja, we zien het kwaad in de wereld, en als we eerlijk zijn weten we dat we ook zelf oorzaak zijn van het probleem. Het christendom noemt dat de zondeval: een bug in de broncode van de mensheid, de barst in de menselijke natuur, het litteken dat zichtbaar blijft.
En het vreemde van de Goede Week is dat zij niet begint met een oplossing die van buitenaf wordt opgelegd. Zij begint met een Koning die een stad binnenrijdt op een ezel, alsof hij bewust alle tekenen van macht vermijdt die wij normaal verwachten. Het is alsof God besloten heeft de wereld niet te overwinnen door haar te breken, maar door van binnenuit de bug te herstellen.
Dit leidt natuurlijk tot het kruis, dat voor veel mensen het meest raadselachtige onderdeel van het christendom blijft. Waarom zou God zoiets doen? Een gedeeltelijk antwoord is dat het kruis laat zien hoe diep het probleem werkelijk is. Wanneer goedheid zelf in de wereld verschijnt, is de reactie van de wereld om haar te doden. Dat is een ongemakkelijke waarheid, maar het is een waarheid die de geschiedenis maar al te vaak bevestigt. “Bent gij soms kwaad omdat ik goed ben?”, vraagt Jezus. Het antwoord was een stilzwijgend ‘ja’. Daarom liet men liever Barabbas vrij dan Jezus. In Barabbas kon men zich beter herkennen dan in die Man van onkreukbaar roestvrij staal. Toch is het kruis niet slechts een diagnose. Het is ook een daad.
Het christendom beweert dat God daar, in die schijnbare nederlaag, het gewicht van de menselijke schuld op zich neemt. Niet omdat hij verplicht was dat te doen, maar omdat liefde nu eenmaal de vreemde neiging heeft om de lasten van anderen te dragen. Zoals iemand die vrijwillig een schuld betaalt die hij niet zelf gemaakt heeft, simpelweg om de ander vrij te maken.
En dan komt Pasen. Als het verhaal bij het kruis was geëindigd, zou het een tragisch verhaal zijn geweest van een man met idealen met wie het heel slecht afloopt. Maar Pasen verandert alles. Want als Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan, dan betekent dat dat de dood zelf niet langer het laatste woord heeft. Het is alsof in een donkere kamer plotseling een deur opengaat naar buitenlicht. De kamer is nog steeds donker, maar men weet nu dat de duisternis niet de grenzen van de werkelijkheid bepaalt.
Dat is uiteindelijk wat de Goede Week betekent. Niet dat het lijden verdwijnt, of dat het kwaad plotseling ophoudt te bestaan. Maar dat in het midden van onze ontspoorde wereld iets nieuws is begonnen – iets dat even stil begon als die man uit Nazareth die uit een graf opstond, en dat sindsdien langzaam maar onstuitbaar door de wereld werkt.
Het christendom zegt niet alleen dat Christus is gestorven en opgestaan. Het zegt dat daarmee een totaal nieuw hoofdstuk van de schepping is begonnen. En dat wij, tot onze verbazing, worden uitgenodigd om daaraan mee te doen. En dat Hij – verrezen en ten hemel opgestegen – ons nog altijd nabij is in de hoedanigheid van brood en wijn in de eucharistie. Nee, niet symbolisch, niet als herinnering aan iets van lang geleden, maar echt helemaal aanwezig hier en nu.
Februari 2026 – Waarom voetbal een katholieke sport is (en zwemmen niet)…
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
Er bestaat niet zoiets als katholieke wiskunde of zoiets als protestantse Topografie. Toch bestaan er katholieke en protestantse scholen waar het er bij de een anders aan toegaat dan bij de ander. Volgens mij geldt dat ook voor diverse takken van sport: je hebt katholieke sporten en je hebt protestantse sporten. Het gaat er gewoon anders aan toe. Dat lijkt onzin, maar toch weten veel mensen intuïtief wat bedoeld wordt als iemand zegt: “Voetbal is eigenlijk een katholieke sport.”
Wat maakt een sport “katholiek”? Katholicisme is, grofweg, een religie van: rituelen, gemeenschap, symboliek, drama, zonde, schuld en verlossing en vooral: de mogelijkheid tot comeback. Wie ooit een voetbalwedstrijd heeft gezien, herkent dit onmiddellijk. Commentatoren en sportjournalisten (of ze nou katholiek, protestants of puur ‘heidens’ zijn) spreken van een voetbalkathedraal (het stadion), hoogmis (topwedstrijd), gezangen (voornamelijk vloekpsalmen), de onfeilbaarheid van de VAR (assistent-scheidsrechter) en de gevallen spits die toch weer genade vindt bij de trainer (en die in enkele gevallen zelfs wordt aangeduid als de messias van de club). Voetbal gelooft niet in verdiensten, maar in genade. Dat maakt voetbal katholiek.
Wielrennen daarentegen lijkt op het eerste gezicht protestants: hard werken, discipline, soberheid, lijden. Maar schijn bedriegt. Wielrennen is misschien wel de meest katholieke sport die er bestaat. Waarom? Omdat wielrennen draait om: lijden als deugd, processies (het peloton), ketters (dopingzondaars) en aflaten (tijdstraffen). De Tour de France lijkt eerder op een jaarlijkse bedevaart dan op een wielerwedstrijd. De Alpen zijn geen bergen, maar beproevingen. De knecht offert zich op voor de kopman, die hem later in interviews zal bedanken (een soort mis uit dankbaarheid). En de wielerfan weet: wie niet geleden heeft, verdient de overwinning niet. Dat is geen sportethiek, dat is middeleeuwse theologie.
Wanneer mag je een sport “katholiek” noemen? Als aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan. 1. Beleving gaat voor berekening. Daarom verliezen we nog liever een wedstrijd dan dat we met berekening winnen. 2. Dramatiek boven efficiëntie. De meest memorabele momenten zijn zelden de momenten die op de training ingestudeerd zijn: het zondagsschot, de kansloze ontsnapping, dat soort dingen. 3. De slechtste kan winnen. Dat is bij zwemmen en hardlopen nooit. Die het hardste loopt wint altijd. Daar komt dan ook geen volk op af. Hardlopen is de sport van mensen die Excel vertrouwen. Geen team, geen toeval, geen excuses. Je loopt een marathon en weet precies waarom je faalt: je hebt je tijdschema veronachtzaamd. Dat is calvinisme met chronometer. Als een sport deze drie eigenschappen heeft, mag je haar katholiek noemen.
Bestaan er protestantse sporten? Zeker. Protestantisme draait om: soberheid, individuele verantwoordelijkheid, discipline, transparantie en wantrouwen tegen overbodige rituelen. Daar passen andere sporten bij. Hardlopen, bijvoorbeeld. Of hink-stap-sprong. Waarom? Geen team, geen fakkels, geen tifosi, geen excuses. Je loopt, je faalt, je verbetert. Dat is geen sport, dat is de Heidelbergse Catechismus in lycra. Ook tennis heeft iets protestants: de regels zijn duidelijk, de score transparant, de emoties gedoseerd. Zelfs de outfits lijken ontworpen door ouderlingen. En schaken? Dat is pure calvinistische predestinatie. Als je verliest, had je dat van tevoren al verdiend.
De moderne mens gelooft dat het universum logisch moet zijn. De voetbalfan weet beter. Het is weliswaar geordend, maar niet logisch. Voetbal een protest is tegen de tirannie van statistiek. Dat het doelpunt niet ontstaat uit data, maar uit het onverwachte. En dat alleen een cultuur die in wonderen gelooft, echt van sport kan houden. De echte tragedie is niet dat je verliest, maar dat je denkt dat winnen je zal redden. Sport draait om het onverwachte, om lef en het vermogen om op het juiste moment alles te vergeten wat je op de training geleerd hebt. Dat klinkt verdacht katholiek. Bij protestanten ligt dat volgens mij toch anders; daar is discipline belangrijker dan mysterie. Iedereen die ooit een seizoenskaart heeft gehad bij een voetbalclub weet een ding: dat is een geloof waar je moeilijk vanaf komt.
De mooiste sportmomenten zijn juist die waarin iemand faalt – en toch doorgaat. Niemand herinnert zich niet wie het Wereld Kampioenschap 1994 won. Maar iedereen herinnert zich Roberto Baggio die naar de hemel keek nadat hij de beslissende penalty had gemist. Sport werd tragedie. En tragedie is altijd memorabeler dan triomf. Mathieu van der Poel – WK veldrijden 2023: hij viel, stond op, won. Maar de dramatiek zat niet in de overwinning. Het zat in het moment van twijfel. In de seconde waarin zelfs hij leek te breken. Sport leeft niet van perfectie. Sport leeft van barsten. Soms zit de dramatiek niet in WK-finales, maar in details. De amateurvoetballer die na twintig jaar eindelijk scoort, maar buitenspel staat. De tennisser die uit woede zijn racket kapotslaat en daarna sorry zegt tegen het publiek. Dat zijn de echte sportmomenten. Niet omdat ze winnen. Maar omdat ze iets onthullen.
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
We staan aan het begin van een nieuw jaar. En laten we eerlijk zijn: we komen niet uit een rustig oud jaar. 2025 was geen jaar dat zich gemakkelijk laat samenvatten in een vrolijke Instagram-post. Het was een jaar van oorlog en oorlogsdreiging. Van schreeuwende meningen en stille angsten. Van polarisatie, waarin mensen elkaar niet meer proberen te begrijpen, maar vooral proberen te verslaan. Van onzekerheid over de toekomst: over vrede, over vrijheid, over waarheid. En misschien merkte je dat niet alleen op het wereldtoneel, maar ook dichterbij. In gesprekken op school. In online discussies. In het gevoel dat je soms moet kiezen: hoor ik hierbij, of hoor ik daar?
Veel jongeren voelen het: de wereld lijkt wankel. En ik moet mijn plek nog vinden. Juist daarom begin ik niet met een goedkoop ‘het komt allemaal wel goed’-praatje. Christelijk geloof is geen verdoving. Het is geen slaapmiddel voor de ziel. Christelijk geloof is een wakker-makend geloof.
Er bestaat een misverstand over hoop. Veel mensen denken dat hoop hetzelfde is als positief denken. Alsof hoop betekent dat je je ogen sluit voor het kwaad en zegt: Ach, zo erg zal het wel niet zijn. Maar dat is geen hoop. Dat is ontkenning. Christenen zijn juist mensen die het kwaad serieus nemen. Wij geloven niet dat de wereld vanzelf beter wordt. Wij geloven zelfs dat de mens – hoe slim, creatief en goedbedoelend ook – het kwaad niet zelf kan oplossen. Dat klinkt misschien somber, dat is precies waarom christelijke hoop zo sterk is.
Onze hoop hangt niet af van: politieke stabiliteit, economische groei, culturele trends, en ook niet of ‘ons kamp’ de meeste likes krijgt. Zou het hier wel van afhangen, dan zou ik het nieuwe jaar somber inzien. Nee, onze hoop hangt af van iets heel anders. Misschien voelde 2025 als een chaos. Alsof alles uit de hand liep, alsof niemand nog echt de controle had. Maar het christelijk geloof zegt iets dat tegelijk nederig en bevrijdend is: God is niet in paniek. Het is niet voor niets dat de gevleugelde woorden van Jezus zijn: Wees niet bang! Dat betekent niet dat Hij het kwaad goedkeurt. Het betekent ook niet dat Hij afstandelijk toekijkt. Het betekent dat zelfs wanneer mensen verkeerde keuzes maken – uit angst, machtshonger of trots – God zijn plan doorzet.
Veel discussies vandaag gaan over wie gelijk heeft. Maar het christelijk geloof zegt: de diepste strijd gaat niet tussen links en rechts, progressief of conservatief, woke of anti-woke. De diepste strijd gaat door het menselijk hart. Ook door jouw hart. En door het mijne. De vraag is niet alleen: Wat vind ik? De vraag is: Wat vindt Jezus daarvan? En hier wordt het spannend. Want God dwingt je niet. Hij nodigt je uit.
Jullie generatie krijgt vaak te horen: “Je mag zijn wie je wilt.” Dat klinkt bevrijdend. Maar het kan ook verlammend zijn. Want als alles kan, wat is dan werkelijk goed? En als niets vaststaat, waar bouw je dan je leven op? Het christelijk geloof zegt iets onverwachts: Echte vrijheid is niet dat je alles kunt kiezen, maar dat je voor het goede kiest. Dat werkt bevrijdend. Zoals een gitarist pas vrij kan spelen nadat hij discipline heeft geleerd. Zoals een voetballer pas vrij beweegt als hij de regels van het spel respecteert (en de scheidsrechter). Zo zijn ook Gods geboden geen gevangenis. Ze zijn de routekaart van het leven. Ze wijzen je de weg naar de vreugde. Verwar echter de kaart niet met het einddoel, de spelregels niet met het spelletje. Je kunt alle spelregels perfect uit het hoofd kennen, als je niet bereid bent het spelletje te spelen heb je er niks aan. Al ken je de hele catechismus en de bijbel uit het hoofd, als je niet bereid bent er dagelijks naar te leven, dient het geen enkel nut.
Je zou kunnen denken: Wat kan ik nou doen? De wereld is groot. De problemen zijn immens. Maar hier komt een diep christelijke gedachte: niets wat uit liefde wordt gedaan, is ooit klein. Elke keuze voor waarheid in plaats van gemak. Elke daad van vergeving waar wraak logischer lijkt. Elke keer dat je weigert iemand te reduceren tot een stereotype. De geschiedenis van Gods Koninkrijk wordt niet geschreven door luidruchtige helden alleen, maar door trouwe mensen in het verborgene. Misschien verandert jouw trouw geen wereldkaart. Maar het verandert wel een ziel. En dat telt in de eeuwigheid.
Christelijke hoop is geen abstract idee. Ze heeft een gezicht. Het gezicht van iemand die leed, maar niet bitter werd. Die stierf, maar niet verslagen bleef. Die opstond en zei: Het kwaad heeft niet het laatste woord. Daarom kunnen christenen hoopvol zijn zonder blind te zijn. Moedig zonder hard te worden. Standvastig zonder haat.
Dus wat betekent dit voor 2026? Niet dat het jaar automatisch rustiger wordt. Niet dat spanningen ineens verdwijnen. Niet dat geloven makkelijker wordt. Maar wel dit: Jij mag een teken van hoop zijn in een wereld die gewend is aan wantrouwen. Jij mag waarheid spreken met liefde, in plaats van liefde zonder waarheid of waarheid zonder liefde. Jij kunt het verschil maken!
Maak van 2026 een Jaar des Heren 2026. God vraagt je niet of je sterk genoeg bent. Hij vraagt of je bereid bent. Bereid om te vertrouwen. Bereid om te groeien. Bereid om te hopen – tegen de stroom in. En dat, beste jongeren, is geen zwakte. Dat is geloof. Als alles donker dreigt te worden, is dat altijd de laatste strohalm. Zo is het altijd gegaan.
“Iets dat langer meegaat dan de batterij van mijn iPhone…”
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
Ergens tussen de derde flat white en het vierde TikTok-filmpje van een dansende kat, ontdek je dat je je verveelt. Hoe kan dat? Je hebt wifi, bezorgsushi en sneakers die meer kosten dan een fatbike. Toch fluistert er iets: “Er moet meer zijn dan notificaties.” Er knaagt een vaag gevoel dat er iets groters moet zijn dan algoritmes en abonnementsmodellen. Het is dezelfde onverklaarbare drang die een kat ertoe aanzet om een gesloten deur te bekrassen: je wilt gewoon wéten wat erachter zit.
En dus kom je – met sneakers (merk: Acutis) en klopt aan bij de deur van de katholieke Kerk. Je verwacht misschien een museum of een streng ambtenarenloket. Wat je vindt is een eeuwenoud huis dat nog steeds de geur van stilte, wierook en avontuur verspreidt, alsof Michiel de Ruyter net binnen is geweest om een kaars op te steken, een geur die geen influencer in de verkoop heeft.
De pastoor kijkt verbaasd op. Hij had niet verwacht dat iemand na Netflix en Deliveroo nog trek zou hebben. “Wat kan ik voor je doen, wat zoek je hier?” vraagt hij enigszins bedeesd. “Waarheid,” zeg je “iets dat langer meegaat dan de batterij van mijn iPhone.”
En hier komt de Crux: de enige plek waarvan jongeren denken er geen antwoorden te vinden – een oude, ogenschijnlijk stoffige instelling – blijkt precies dát te zijn: een schatkamer vol wijsheid, schoonheid en verhalen die ouder is dan hun cynisme. Een eeuwenoud gebouw waar de kerkbanken kraken als oude Lp’s met aan de muren schilderijen die ouder zijn dan welke trend ook en toch is er iets onweerstaanbaars: een soort kosmisch “Welkom thuis”. Vraag een willekeurige jongere waarom hij zich soms opgesloten voelt en hij zal niet wijzen naar kerkmuren, maar naar eindeloze verplichtingen, prestatiedruk en FOMO. De Kerk, hoe oud en stoffig ze soms lijkt, is vreemd genoeg de plek waar je hoort: “Welkom, voel je thuis”.
Geen hippe beats, geen trending hashtags, alleen een verhaal over een God die mens werd en zich liet vastspijkeren aan een stuk hout; een verhaal dat zo dwaas is dat het misschien wel waar moet zijn. Je denkt aan je vrienden die geloven dat alles uiteindelijk absurd is, en jij vraagt je af: Is het niet nog absurder om te doen alsof niets betekenis heeft?
Maar, laten we eerlijk zijn, de Kerk moet niet doen alsof het 1958 is – ja, zo oud ben ik al. Jongeren hebben geen zin in preken die klinken als gebruiksaanwijzingen van een broodrooster. Wat ze nodig hebben is wat elke bluesmuzikant je zou kunnen vertellen: het thema is eeuwig, maar elke generatie moet er opnieuw over improviseren. Christus is dezelfde, maar de gitaarsolo’s zijn anders. De Kerk doet er goed aan jongeren uit te nodigen om hun verstand te gebruiken, hun hart te openen en hun verbeelding te laten spreken. Laat met getuigenissen, met verhalen en redelijke argumenten zien dat het christelijk geloof niet alleen plausibel, maar onweerstaanbaar mooi is. Combineer waarheid en schoonheid om zo te laten proeven van de vreugde die uiteindelijk naar God wijst.
Jongelui, de kerk is niet volmaakt omdat zij bestaat uit onvolmaakte mensen, maar juist daar wordt genade tastbaar. Ik moedig jullie aan om niet te wachten op een perfecte gemeenschap, maar om je aan te sluiten en zo mee te bouwen aan de kerk van Christus door te streven naar heiligheid. Streven. Resultaten zijn niet vereist; het streven wel.
Deel 2 Zomerserie Pelgrims van hoop: pelgrimeren naar heilige plaatsen door de eeuwen heen
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
‘Pelgrims van Hoop’ is het thema van het Jubeljaar 2025. Mgr. drs. Herman W. Woorts is hulpbisschop van het aartsbisdom Utrecht en onder andere bisschop-referent voor bedevaarten. Vanuit dit laatste aandachtsveld schrijft hij in de zomerserie 2025 op rkkerk.nl over bedevaarten en pelgrimeren naar heilige plaatsen door de eeuwen heen, tot op de dag van vandaag.
Pelgrims van hoop
In 2025 viert de Rooms-Katholieke Kerk een Heilig Jaar ofwel een Jubeljaar. Regulier worden dit om de vijfentwintig jaar gehouden. Het doel is dat christenen zich verzoenen met God en de naaste.
Paus Franciscus heeft het Heilig Jaar 2025 als thema gegeven ‘Pelgrims van hoop’. Velen pelgrimeren in een Heilig Jaar naar Rome, vooral naar de graven van de heilige apostelen Petrus en Paulus. Pelgrims gaan dan door ‘heilige deuren’ van de hoofdbasilieken van ‘de Eeuwige Stad’, vieren er de eucharistie, ontvangen er het sacrament van Gods barmhartigheid – de biecht – en de kwijtschelding van de straffen voor hun zonden (de jubileumaflaat). Dat alles wil het besef versterken dat wij als pelgrims onderweg zijn naar het ‘huis van de Vader’, waar Jezus Christus voor zijn leerlingen een plaats heeft bereid (Joh. 14,2-3).
Naar het huis van de Heer
Een christen is niet verplicht om een bedevaart te houden. Het Vaticaanse ‘Directorium over Volksvroomheid en Liturgie’ uit 2002 zegt: ‘Sinds Jezus in Zichzelf het mysterie van de tempel heeft vervuld (vgl. Joh. 2, 22-23) en uit deze wereld naar de Vader is gegaan (vgl. Joh. 13,1) en zo in zijn persoon de definitieve uittocht tot stand gebracht heeft, bestaat er voor zijn leerlingen geen enkele verplichte bedevaart meer; heel hun leven is een tocht naar het hemels heiligdom en de Kerk zelf weet dat zij ‘onderweg hier op aarde’ is.’(nr.281).
Hier wordt verwezen naar de tempel in Jeruzalem, die verwoest is in het jaar 70 na Christus, waar de Joden drie maal per jaar naar toe trokken om voor de Heer te verschijnen. Het volk Israël kent daarvoor speciale bedevaartpsalmen. Zo wordt in psalm 84 met grote vreugde gezongen:
‘Hoe lief is mij uw woning, Heer der hemelmachten, mijn ziel verlangt en hunkert naar uw heiligdom … Gelukkig zij die wonen in uw huis, o Heer, die U daar altijd mogen prijzen. Gelukkig die op U mag steunen wanneer hij aan zijn bedevaart begint.(…) Hij zal zijn weg vervolgen met hernieuwde kracht tot hij in Sion vindt de God der goden.’
Wellicht hebben de heilige Jozef en de heilige Maagd Maria met de twaalfjarige Jezus deze psalm gezongen tijdens hun bedevaart naar Jeruzalem bij gelegenheid van het Joodse Paasfeest (Lucas 2,41).
Bedevaarten van oudsher
Hoewel er voor christenen geen verplichte bedevaart is, heeft de Kerk het houden ervan de eeuwen door aangemoedigd. Bedevaarten – zo leert de ervaring – verdiepen en versterken immers veelal het geloof, de hoop en de liefde. Een bedevaart helpt ‘vaart’ te houden in de ‘bede’. Om het anders te zeggen: het gebed wordt erdoor gedragen, zowel het persoonlijke gebed als het gemeenschappelijke. Een bedevaart kan bijdragen aan een bekering, een ommekeer in het leven van een pelgrim of aan het verstaan en beantwoorden van een roeping. Bedevaarten doen ervaren wat het betekent om ‘katholiek’ te zijn, want zij brengen gelovigen samen, vaak over landsgrenzen heen.
De christelijke bedevaarten begonnen reeds in de Oudchristelijke tijd en wel naar plaatsen in het Heilig Land, met name naar plaatsen waar Jezus is geboren, Bethlehem), en waar Hij gestorven en verrezen is en naar de hemel opgestegen, Jeruzalem. De pelgrimage naar het Heilig Land van keizerin Helena, moeder van keizer Constantijn de Grote die in 313 de christenen geloofsvrijheid in het Romeinse Rijk had gegeven, droeg zeer bij aan het pelgrimeren en aan de verering van de relieken die zij mee naar Europa nam. Tevens werden in de eerste eeuwen van de christenheid heel spoedig de graven bezocht van de apostelen en andere martelaren/martelaressen en de daaroverheen gebouwde kerken, in het bijzonder in Rome die van de heilige apostelen Petrus en Paulus alsook die van heilige Agnes, Caecilia en Laurentius.
Pelgrimeren naar heilige plaatsen
In de Middeleeuwen namen de pelgrimages toe naar plaatsen in Europa waar relikwieën vereerd werden die verbonden zijn met Jezus Christus of met Maria of andere heiligen. Zeker de ‘camino’, de weg, naar het graf van de heilige apostel Jacobus (de Meerdere) in Santiago de Compostella werd en wordt door velen gelopen. Op de route ontstonden ook bedevaartplaatsen, waaronder Vézelay met relikwieën van de H. Maria Magdalena.
Door de opkomst van het protestantisme in grote delen van Europa en later de Verlichting namen veel bedevaarten af, raakten in de verdrukking óf kwamen juist op. Zo raakten katholieken ‘de Heilige Stede’ kwijt, de bedevaartkerk ter ere van het eucharistische Mirakel van Amsterdam, maar kreeg de verboden publieke Sacramentsprocessie eind 19e eeuw een nieuwe vorm door de nachtelijke ‘Stille Omgang’. Kevelaer groeide uit tot een geliefde Mariabedevaartplaats.
Nieuwe bedevaartplaatsen ontstonden vanwege verschijningen van Jezus Christus (waar onder. in Paray-le-Monial) en van Maria (onder andere Lourdes en Fatima). Pelgrims trokken veelal tijdens of na deze verschijningen spontaan naar deze oorden. Georganiseerde bedevaarten kwamen vooral op gang nadat de Kerk daar goedkeuring voor had gegeven. Inmiddels hebben ontelbaren een bedevaart naar deze plaatsen ondernomen.
Eén van de grootste bedevaartoorden is thans Medugorje in Bosnië en Herzegovina. Daar zouden sinds 1981 tot op de dag van vandaag verschijningen van Maria plaatsvinden. De Kerk heeft deze vermeende verschijningen nooit erkend, maar staat sinds 2019 kerkelijke bedevaarten naar Medugorje wel toe. Een belangrijke reden daarvoor is dat er veel diepe bekeringen hebben plaatsgevonden.
Het houden van de bedevaarten – of het nu naar een groot en internationaal bekend oord is of naar een bedevaartplaats/kapel die enkel regionaal bekendheid geniet – het zit katholieke christenen ‘in het bloed’. Ook nemen steeds meer protestantse christenen of anders- of niet-gelovigen deel aan een pelgrimage, niet in de laatste plaats omdat Maria steeds meer ‘ontdekt’ wordt als Moeder van alle gelovigen en vanwege het ervaren van de eeuwenoude traditie en de wereldwijde familie van de Kerk.
Op weg, als pelgrims van hoop
Zeker in de Westerse wereld waarin menigeen door een sterke secularisatie en groeiend individualisme zoekende is naar richting, houvast en verdieping, bieden bedevaarten belangrijke mogelijkheden om God op het spoor te komen en om Jezus Christus en zijn evangelie te leren kennen, niet in de laatste plaats aan de hand van Maria en andere heiligen. Iedere tijd opnieuw helpen bedevaarten te ontdekken en te ervaren dat wij elke dag ‘Pelgrims van hoop’ zijn, tot we eens onze aardse pelgrimstocht voltooid mogen zien in het hemels huis van God.
Dit bericht is met toestemming overgenomen. Klik hier voor het originele bericht.
Op donderdagmiddag 26 juni 2025 houden de Stichting Thomas More en het VKMO – Katholiek Netwerk de Katholiek Denken Doen-dag in het Franciscushuis in ‘s-Hertogenbosch. Op een plek die uitnodigt tot reflectie en verbondenheid worden denkers en doeners samengebracht rond het thema armoede. De middag begint met een gezamenlijke viering. Daarna volgt een gevarieerd inhoudelijk programma met inspirerende sprekers.
In Nederland hebben 1,7 miljoen mensen het financieel zwaar. Zij moeten een beroep doen op inkomensondersteunende maatregelen en armoedehulporganisaties. Hun aantal groeit en ook caritasinstellingen in parochies merken elk jaar een toename van hulpvragen. Het CBS, Nibud en SCP becijferden in 2024 dat 540.000 mensen in armoede leven. Nog eens 1,2 miljoen mensen hebben een inkomen nét boven de armoedegrens en geen of weinig financiële buffer. 750.000 Nederlandse huishoudens hebben problematische schulden.
“Nederland behoort tot de rijkste landen ter wereld,” zo schrijven de initiatiefnemers in hun aankondiging. “Toch lukt het niet om onze welvaart eerlijk te verdelen. Terwijl de verzorgingsstaat onder druk staat, raken steeds meer mensen tussen wal en schip. Dat stelt ons voor nieuwe vragen en verantwoordelijkheden. Wat vraagt dit van ons – als mensen die geloven in menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en solidariteit?”
Tijdens de Katholiek Denken Doen-dag leveren verschillende sprekers een bijdrage:
Prof. dr. Margriet Sitskoorn (Tilburg University / Zero Poverty Lab) – over de neuropsychologische impact van armoede: wat doet armoede met het brein, en wat betekent dat voor ons handelen?
Henriette Hulsebosch (Kansfonds) – over twee concrete projecten die laten zien hoe armoede lokaal en effectief bestreden kan worden;
Alfonds ten Velde (Vincentiusvereniging Nederland) – over het dagelijkse werk van de Vincentiusvereniging voor mensen in armoede, gedragen door vrijwilligers;
Willem Banning (FNV) – over het basisinkomen als structurele oplossing voor bestaansonzekerheid.
Na de lezingen is er gelegenheid voor ontmoeting en ontspanning tijdens een korte keuzeactiviteit: een bezoek aan de Sint-Janskathedraal of aan museum De Slager in Den Bosch. De middag wordt afgesloten met een borrel.
Praktisch
Wanneer: Donderdag 26 juni 2025, van 13:00 tot 17:30 uur
Waar: Franciscushuis, Van der Does de Willeboissingel 11, Den Bosch